Terug naar beginpagina Reacties en vragen


Het lichaam wordt bezet!

Rondom Het Lichaam is een strijd gaande. Niet alleen spannen onderzoekers, bedrijven en gezondheidsinstanties zich in daadwerkelijk toegang te krijgen tot het lichaam, ook in onze hoofden moeten we er van doordrongen worden dat het lichaam niet meer komt en gaat, maar een meerwaarde kan vormen voor anderen.
De transplantatietechnologie en de agressieve reclamecampagne voor het donorregistratiesysteem is hiervan een duidelijk voorbeeld. Transplantatie-technologie staat in Nederland amper nog ter discussie. Transplantatie lijkt een medische ingreep als alle andere, maar er is een belangrijk verschil: voor de ontvanger een orgaan kan krijgen moet een andere mens sterven. Met deze tekst willen we de vanzelfsprekendheid van transplantatie doorbreken. We identificeren ons nu eens niet met de persoon op de wachtlijst, maar richten een onderzoekende blik op de onder goede bedoelingen en uitgekiende PR ondergesneeuwde realiteit van de transplantatie-industrie.

Transplantatie - geven en nemen
Transplantatietechnologie maakt ons tot consumenten van levenstijd en levenskwaliteit. Middels organen van doodverklaarde mensen krijgen we deze producten aangeboden. Tegelijkertijd wordt een beroep op ons gedaan grondstoffen voor levenstijd en -kwaliteit aan te bieden. We worden aangespoord na onze dood delen van ons lichaam af te staan voor optimalisering van andere lichamen.
In een tijd dat solidariteit tussen mensen wordt afgebroken (illegalen worden uitgesloten van gezondheidszorg, de ziektewet is geprivatiseerd en in de zorgverzekering is de trend naar een hoger eigen risico) doet een nieuwe vorm van solidariteit zijn intrede. We worden opgeroepen delen van ons lichaam af te staan om anderen meer levenstijd te geven. Minister Borst zei eens over orgaandonatie: "Is het werkelijk nodig dat we over ons eigen graf heen blijven regeren over ons lichaam. Zou het niet net zo logisch kunnen zijn dat het lichaam na overlijden weer toevalt aan de gemeenschap?"
Mensen sterven tegenwoordig niet meer omdat hun orgaan het begeeft, maar 'op de wachtlijst' omdat er geen reserve orgaan beschikbaar is. Het woord orgaandonatie veronderstelt het geven van een orgaan. Maar doen we dat dan dragen we lichaamsdelen over aan medische instanties. Organen als huid, harten en nieren evenals hoornvlies naar Eurotransplant; hersenen naar het Nederlands Hersen Instituut. Men doneert aan een verdeelcentrum. In geval de familie van de overledene beslist orgaanuitname toe te staan, is er eigenlijk geen sprake van donatie door de overledene. Er worden lichaamsonderdelen genomen. Waar wij opgeroepen worden delen van ons lichaam gratis ter beschikking te stellen, is transplantatie voor anderen een lucratieve activiteit. Novartis, een van de grootste farmaceutische concerns ter wereld, haalt 10% van zijn omzet uit het afstotingsonderdrukkingsmiddel Neoral. Getransplanteerden blijven Neoral, of een concurrerend middel, hun hele leven slikken. Transplantateurs genieten als moderne helden groot aanzien en navenante salarissen.

Dood is dood?
De transplantatietechnologie verandert ons idee van een dood lichaam. Organen zijn slechts bruikbaar voor transplantatie als ze gewonnen zijn uit een lichaam dat doorbloed wordt. Orgaanuitname kan natuurlijk alleen bij een dode (een van de twee nieren die de meeste lichamen rijk zijn kan wel bij leven afgestaan worden). Orgaanuitname vindt plaats uit doodverklaarden waarvan 96% van de lichaamsfuncties nog werkt, die ademen en wier hart klopt.
Hersendood heet deze toestand, waarin zelfs een aantal vrouwen een kind baarde en mannen erecties kunnen krijgen. In 1968 besloot een Ad Hoc comite van Harvard Medical School tot deze tot dan onbekende definitie van dood: hersendood. Niet toevallig was vlak daarvoor de Zuid-Afrikaanse chirurg Christiaan Barnard erin geslaagd een doorbloed en kloppend hart uit een "mens in onomkeerbare coma" te transplanteren in een ander mens. Om niet te worden beschuldigd van doden door orgaanuitname werd de situatie van mensen in onomkeerbare coma hergedefinieerd tot hersendood. In de Wet Orgaandonatie is hersendood vastgelegd als dood. Welke ervaring nabestaanden ook hebben bij hun geliefde die ademt en warm is; Hersendood is dood.
Opmerkelijk is dat verpleegkundigen die met uitname van organen te maken hebben minder dan artsen geneigd zijn zelf donor te worden. In Denemarken gold hersendood tot ongeveer een jaar geleden echter niet als dood. Een opmerkelijk verhaal staat in het boek Orgaandonatie De vragen De antwoorden. Auteur Han Kuik vat een artikel uit De Zuidlimburger van 1 mei 1996 samen: "Jan Kerkhoffs uit Melick was hersendood verklaard en orgaanuitname werd voorgesteld. Zijn echtgenote weigerde dit en.... Kerkhoffs kwam na enkele dagen weer tot bewustzijn en leidt volgens het artikel weer een gezond en actief bestaan". Erwin Kompanje, onlangs gepromoveerd op een kritisch proefschrift over orgaantransplantatie, zegt dat Kerkhoffs niet hersendood verklaard kan zijn en dat er een communicatiefout in het spel is.
De transplantatie-technologie kan mensen dus ook de schrik van hun leven geven als de indruk ontstaat dat de geliefde `dood` is.

bedrijfstak
Transplantatietechnologie heeft een imperatief karakter (eist steeds meer ruimte voor zich op). Er ging in 1996 wereldwijd zestien miljard gulden in om. Hoewel de `bedrijfstak` een altruistisch beeld van zichzelf presenteert zijn er wel degelijk grote economische belangen mee gemoeid en is vergroting van de omzet een doel. EuroTransplant, de beroepsgroep der transplantatiechirurgen en niet in de laatste plaats de Zwitserse farmaceuten Novartis en Hoffmann La Roche, breiden de mogelijkheden en omzetten gestaag uit. Voor meer omzet zijn meer organen nodig. De eeuwige wachtlijst-statistieken waarop de curves van vraag en aanbod van organen elkaar maar niet willen kruisen, zijn daar een indicatie van.
De Nederlandse overheid subsidieert de transplantatiesector in Nederland door f100 miljoen uit te geven aan het donorregistratiesysteem.


Extra inspanningen voor transplantatie-industrie

Orgaandonaties gedaald sinds invoering registratiesysteem
Sinds het voorjaar van 1998 stuurt het Donorregister, opgezet door het ministerie van VWS, alle mensen van 18 en ouder een verzoek om zich te laten registreren in het donorregister. Officieel is het niet de bedoeling mensen over te halen zich als orgaandonor te registreren; het gaat er om dat het register snel te raadplegen is voor artsen die een geschikte donor, iemand die hersendood verklaard kan worden, onder handen krijgen. Daartoe wordt een ieder gevraagd in te vullen of hij of zij donor wil zijn, geen donor wil zijn of de beslissing wil over laten aan nabestaanden. De overheid stelt hiervoor 100 miljoen gulden ter beschikking voor de periode 1998-2008. Ongeveer een derde van de aangeschreven bevolking , 37 %, stuurde het registratieformulier ingevuld terug. Daarvan geeft 55 % toestemming voor donatie, 35 % geeft geen toestemming en 10 % laat de beslissing over aan de nabestaanden, evenals tweederde van de aangeschreven bevolking die het registratieformulier in het geheel niet retourneerde.
Begin maart 1999 stonden 18.000 mensen foutief geregistreerd als orgaandonor. Een gespecialiseerd buro, Primatex Gooiland, bleek de getroffenen een bevestiging van hun registratie als donor te hebben gestuurd terwijl zij zich niet als donor hadden opgegeven. Een software fout was hiervan de oorzaak, aldus Primatex. Minister Borst verstrekt geen opdrachten meer aan het bedrijf, maar dat lag al in de planning.
Het aantal orgaandonoren is in 1998 en de eerste helft van 1999 gedaald. Medisch directeur Persijn van Eurotransplant in Leiden, het punt voor de co÷rdinatie van de verdeling van organen in de aangesloten landen, noemt de daling `evident en fors'. De daling is opmerkelijk gezien de grootscheepse registratie campagne van VWS. Onder leden van de Tweede kamer slaat een lichte vertwijfeling toe. Met spanning wacht men op de aangekondigde evaluatie WOD en een rapportage van de gezondheidsinspectie, die in het voorjaar van 2000 wordt verwacht. In deze periode zal ook het debat over Xenotransplantatie plaatsvinden, als het doorgaat.

Nierstichting betaalt orgaanwervers
Artsen in ziekenhuizen blijken het zeer zwaar te vinden met nabestaanden te praten over orgaandonatie. Bovendien zou de werkdruk toch al hoog zijn. In de WOD staat echter een verplichting aan ziekenhuizen zo`n gesprek te houden. PvdA Tweede kamerlid en huisarts Rob Oudkerk toonde zich in Netwerk geschokt en vond het schandalig en "echt niet kunnen" dat ziekenhuizen niet altijd aan deze verplichting voldoen. Hij krijgt steun van het ministerie van VWS: Er bestaan speciale gesprekstrainingen voor "en dat zou afdoende moeten zijn", aldus het ministerie. De rapportage van de Gezondheidsinspectie wijst misschien uit of artsen door de WOD een onredelijke extra inspanning is opgelegd.
De Nierstichting neemt geen genoegen met het dalende aantal orgaandonoren. Zij stelt zelf uit de collectebussen twee miljoen gulden beschikbaar voor meer transplantatie-coordinatoren in ziekenhuizen. Die moeten meer nabestaanden overreden toestemming te geven om hun geliefde te laten explanteren.
Een door de lobby van een particuliere stichting aangestelde persoon komt nu dus op een van de moeilijkste momenten in het leven (het verlies van een dierbare) 'een goed gesprek' voeren. Als een collectant van het Wereldnatuurfonds een bijdrage vraagt aan een in en in verdrietige nabestaande, zal iedereen geschokt zijn. Maar tegen dit initiatief, dat veel ingrijpender is, klinkt haast geen onvertogen woord. De Hartstichting - en de ziekenhuizen - juicht het initiatief van de Nierstichting toe, maar vindt dat de overheid en niet een particuliere stichting moet zorgen dat gesprekken over orgaandonatie met nabestaanden worden gevoerd.


Voordelen en nadelen
De praktijk van transplantatie is niet zo simpel als het vaak wordt voorgesteld. Transplantatie redt ongetwijfeld mensen het leven, al is de levensverlenging lang niet bij iedere getransplanteerde even groot en wacht bijna 20 % van de mensen die bij Eurotransplant op de wachtlijst staan op een tweede, derde of zelfs vierde orgaan. Maar transplantatie roept ook nieuwe problemen op, zoals wachtlijsten en ongelijkheid tussen hen die wel en zij die niet een orgaan krijgen, problemen voor nabestaanden om rustig afscheid te nemen van hun geliefde en stress bij medisch personeel dat bijna onmogelijke gesprekken moet voeren. Ook de orgaanhandel had niet bestaan als de transplantatie-industrie zich niet ontwikkeld had.
Nieuwe technieken, met exotische namen als XenoTransplantatie en Tissue Engineering, zijn in ontwikkeling om aan de vraag naar organen te voldoen en van de transplantatie-industrie weer een vlot lopende business te maken. Varkensorganen, zo verwacht Novartis, zullen de komende vijftien jaar tien keer zoveel transplantaties mogelijk maken. Naast de inkomsten uit verkoop van genetisch gemanipuleerde varkensorganen verwacht Novartis vooral veel extra omzet uit de gigantische toenemende afzet van afstotingsonderdrukkingsmiddelen.
Tissue Engineering, kunstmatig uit embryo-cellen organen kweken, wint aan populariteit. In oktober 1997 schokte de Britse ontwikkelingsbioloog Jonathan Slack de publieke opinie met zijn verwachting binnen tien jaar met gekloonde embryo`s te laten uitgroeien tot rompen zonder hoofd, als orgaanreservoir. De ontwikkeling van Tissue Engineering (TE) is nog pril, maar de Gezondheidsraad deed met succes een dringend beroep op de wetgever embryo-gebruik en zelfs het kweken van embryo`s puur voor Tissue Engineering en transplantatie-onderzoek niet uit te sluiten. Novartis investeert in embryonale stamcel-technologie, dat de basis vormt voor Tissue Engineering. Als de nieuwe technieken echt blijken te werken krijgen varkens- en Tissue Engineering organen een commerciele waarde. Dit roept de vraag op waarom mensen dan eigenlijk nog gratis hun organen zouden afstaan.
Novartis investeert in de drie belangrijkste methoden om transplantaten te verkrijgen. De vraag dringt zich op of het Novartis veel uitmaakt waar transplantaten vandaan komen (uit een mens, uit een varken of uit een embryo). Duidelijk is dat het voor Novartis gunstig is als er meer transplantaties worden uitgevoerd; des te meer afstotingsonderdrukkende middelen kan het bedrijf verkopen.


Jeroen Breekveldt